|
Veel drukwerk uit, of van kort na tweede wereldoorlog, is voorzien van een K-nummer. Dit werd het 'kennummer' genoemd.
Het nummer was bedoeld om het papiergebruik te kunnen controleren en na te kunnen gaan welke drukkerijen eventueel zaken drukten
die in de ogen van de Duitse bezetter niet door de beugel konden.
Iedere drukkerij had een eigen kennummer en moest dat vermelden op al het drukwerk dat er geproduceerd werd.
Het besluit tot beperking van papierverbruik werd op 15 juli 1941 in de toen nog bestaande dagbladen gepubliceerd:
De Directeur van de sectie Grafische Industrie van het Rijksbureau voor verwerkende industrieën,
hiertoe gemachtigd door den Secretaris-generaal van het Departement van Handel, Nijverheid en Scheepvaart,
maakt bekend, dat alle personen, bedrijven, instellingen enz. welke in het bezit zijn van cyclostische-apparaten,
duplicators, rotaprint-machines, multilithmachines, multigraph-machines of soortgelijke vermenigvuldigingsapparaten,
met ingang van 22 Juli 1941 op alle producten vervaardigd op bovengenoemde machines (ook voor eigen gebruik),
een kennummer moeten aanbrengen, op grond van artikel 21 van de fabricagevoorschriften voor papier- en papierverwerkende
industrie 1941 no. 1.
Het niet nakomen van deze verplichting is strafbaar op grond van artikel 18 van de Distributiewet.
Bedoeld kennummer moet worden aangevraagd uiterlijk op 22 juli 1941 bij het Rijksbureau voor verwerkende
industrieën, Sectie Grafische Industrie, N.Z. Voorburgwal 326-328, Amsterdam.
Op 17 juli van datzelfde jaar wordt er een aanvulling gepubliceerd:
De bekendmaking van den directeur van de sectie grafische industrie van het Rijksbureau voor verwerkende Industrieën,
opgenomen als officieele publicatie in de dagbladen van 15 juli j.l. betreffende de verplichting tot het aanbrengen
van een kennummer op alle producten vervaardigd op bovengenoemde apparaten of soortgelijke vermeningsvuldigingsapparaten,
dient in dien zin te worden aangevuld, dat de bezitters van dergelijke apparaten met ingang van 22 Juli
1941 ook kunnen volstaan met het aanbrengen van hun firmanaam op deze producten.
Indien dus de firmanaam wordt aangebracht, behoeft geen kennummer te worden aangevraagd.
Het nummer had dus niets te maken met de brouwerij of het bier. Het was ook geen kadasteraanduiding, zoals wel eens wordt beweerd.
Het was een registratienummer dat aangaf van welke drukkerij het etiket afkomstig was.
Naar mate de oorlog vorderde, werden de maatregelen verder aangescherpt en was er bijvoorbeeld een lijst van soorten
drukwerk die niet meer mochten worden gemaakt. Ook moest er een vergunning worden aangevraagd wanneer voor het
drukwerk bij elkaar meer dan 2,5 kilo papier nodig zou zijn.
|
Hierboven drie etiketten die voorzien zijn van een k-nummer. Het Heineken etiket moet van vlak na de
invoering van het 'besluit' zijn. Het is bier met een hoog alcoholgehalte en het formaat van het etiket
is nog normaal.
Naar mate de tweede wereldoorlog langer duurde werd het stamwortgehalte - en dus het alcoholpercentage - van
het bier teruggebracht en werden door de papierschaarste de etiketten een stuk kleiner. Dit is duidelijk op de
beide onderste etiketten te zien.
|